De novemberrevolutie 2006
Of: ontwerpen voor het publieke domein

Gepubliceerd in: étapes, februari 2007

Eind vorig jaar werden in Nederland belangrijke nationale prijzen uitgereikt aan twee grafisch ontwerpers. De Erasmusprijs (1) (€ 150.000,–) stond in het teken van ontwerpen voor het publieke domein en ging naar Pierre Bernard. De Prins Claus Prijs (2) (€ 100.000,–) werd toegekend aan de Iraanse ontwerper Reza Abedini, als erkenning voor de persoonlijke manier waarop hij de kennis en verworvenheden van het artistieke erfgoed van Iran toepast en deze weer nieuw en boeiend maakt. Door heel Nederland waren de prijzen aanleiding voor workshops, tentoonstellingen en discussies. Nooit eerder had ik meegemaakt dat het grafisch ontwerpen op deze schaal in aanzien stond. Was dit het begin van een nieuw tijdperk?



'Erasmus Festival'
Ontwerp: Pièrre Bernard

In november 2006 leek alles erop te wijzen dat deze stemming de wind in de zeilen had. In Den Bosch vond het Erasmusfestival (3) plaats, met Pierre Bernard als aanleiding. Er waren tentoonstellingen, bijeenkomsten en debatten over grafisch ontwerpen voor het publieke domein. De filmkeuze van Bernard draaide in de filmhuizen in Den Bosch en Amsterdam, overal in de straten waren affiches van zijn hand te zien en verscheidene projecten en tentoonstellingen waren georganiseerd in de geest van Bernard. De toekenning van de prijs en de activiteiten daaromheen functioneerden als katalysator voor het bewustzijn over de publieke zaak van de ontwerper. Niet alleen in de wandelgangen werd er levendig gediscussieerd, ook kranten en (vak)tijdschriften pikten de informatie ruimschoots op. Hoewel van ver voor mijn tijd dacht ik verheugd iets van de de geest van mei 1968 op te snuiven



'Pierre Bernard Erasmusprijs 2006, Stedelijk Museum'(night-view)
Ontwerp: Pierre Bernard


'Pierre Bernard Erasmusprijs 2006, Stedelijk Museum'(day-view)
Ontwerp: Pierre Bernard

Rijksvormgever
Alsof het nieuwe tijdperk van versterkte invloed van grafische vormgeving voor het publieke domein daadwerkelijk was begonnen organiseerde de Premsela Stichting dezelfde maand een debat over de zin of onzin van een rijksvormgever. “Vanuit allerlei geledingen van de samenleving groeit de druk om antwoord te geven op de vraag hoe het toekomstig overheidsbeleid letterlijk vorm moet krijgen. Welke kaders gecreëerd moeten worden om greep te krijgen op een veranderd concept van sociale samenhang, technologie en innovatie, een zorgzame overheid, individuele vrijheid tegenover collectieve veiligheid, nationale zelfbeschikking in de context van internationale samenwerking, mondiale handel en locale ontwikkeling.” Aldus Gert Staal in het artikel ‘Rijksvormgever: noodzaak of nonsens’ in de Staatscourant. In het internationale perscentrum Nieuwspoort Den Haag discussieerden zaal en podium over de vraag of er een ‘rijksadviseur vormgeving’ naar analogie van de rijksbouwmeester zou moeten worden aangesteld en wat het maatschappelijk belang daarvan is. Volgens Daniël van der Velden zou de rijksvormgever iemand kunnen zijn die een brug slaat tussen de wereld van de politiek en de wereld van de verbeelding. Hugues Boekraad formuleerde dat het gaat over nieuwe vormen van interactie tussen partijen in de burgerlijke samenleving en bepaalde apparaten van de staat. “Die interactie behoort tot het publieke domein. De rol van het ontwerpen ligt daarbij op het gebied van de verbeelding, het visualiseren van concepten maar ook op het vastleggen van of aanhaken aan codes en op het gebied van de symbolische orde.”

Heeft de politiek als machtsfactor aan belang ingeboet? En schuilt de werkelijke macht meer en meer bij (multinationale) bedrijven en het al of niet toegang tot de media hebben? De samenleving wordt heterogener, culturele achtergronden diverser en soms ook conflicterend. Nederland verkeert sinds enkele jaren, ondanks haar eeuwenoude imago van tolerante natie, in een ongekende politieke verkramping met betrekking tot immigratie en culturele diversiteit. Onrust en angst over fragmentatie domineren nationaalbreed het debat. Bevlogen en emotioneel wordt er gesproken over de voorwaarden waaronder we willen en kunnen samenleven. Ontwerpers spelen een actieve rol, want vormgeving is bij uitstek het domein waarbinnen culturele waarden overgedragen worden. Design is onderdeel geworden van ons collectief bewustzijn en bepaalt mede de wijze waarop een samenleving zich uitdrukt. Een gezond publiek domein geeft voldoende aandacht aan minderheden, toont marges en gaat er niet van uit dat ‘de meeste stemmen gelden’. Een gezonde democratie biedt ruimte aan tegenspraak en alternatieve beeldvorming.

Prins Clausprijs
Men zou kunnen stellen dat Het Prins Claus Fonds zich inzet voor die marge. Het afficheert zich als een fonds voor cultuur en ontwikkeling. De Prins Claus Prijzen worden jaarlijks uitgereikt aan kunstenaars, intellectuelen en culturele organisaties in Afrika, Azië, Latijns Amerika en het Caribisch gebied. Het doel is erkening en het bieden van nieuwe mogelijkheden, waarbij de nadruk ligt op tolerantie, culturele veelvormigheid en ondogmatisch, kritisch denken – humanistische waarden die tot uitdrukking komen in de keuze van de laureaten. Nog geen maand na de uitreiking van de Erasmusprijs ging de Prins Claus Prijs naar de Iraanse ontwerper Reza Abedini. De laureaat werd groots onthaald en in aanwezigheid van onze koningin Beatrix ontving hij de prijs uit handen van Prins Friso. Nationale en internationale media schreven over zijn werk. Een tipje van de sluier van de Iraanse beeldcultuur werd opgelicht. Hoewel we in Nederland het arabisch niet of nauwelijks konden ontcijferen, verloor menigeen zich in de zuigend poëtische en typografische silhouetten op de posters van Abedini. In de straten van Amsterdam waren er enkelen te zien. De expositie in Platform21 (een initiatief van ondermeer De Premsela Stichting) over zijn oeuvre werd erop aangekondigd. Zijn gaven het werk van Abedini alle ruimte. 



'Bridge, the visual language of Reza Abedini'
Ontwerp: Reza Abedini



'Bridge, the visual language of Reza Abedini'
Design: Reza Abedini

De rol van affiches
Het lectoraat Visuele Retorica van de Avans Hogeschool voor de Kunsten organiseerde in het Stedelijk Museum Den Bosch een seminar over ‘De rol van affiches’ met de Erasmus-laureaat als een van de sprekers. “Een opmerking van een jonge Franse burger uit een buitenwijk van Parijs maakte indruk,” vertelde de organisator Karel van der Waarde ter aankondiging, “hij zei: ‘als we gewoon gaan stemmen, dan luistert er niemand naar ons. Als we een paar auto’s in brand steken, dan luistert de hele wereld.’” In de week voor het seminar vonden de landelijke verkiezingen plaats, wat het onderwerp van het seminar zeer actueel maakte; overal waren verkiezingsborden te zien met posters van politieke partijen, maar aandacht op televisie was van grotere impact. Daarnaast onderstreepte de landelijke krant NRC Handelsblad dat het nog nooit zo beroerd was gesteld met het politieke affiche: “Slechts weinigen voelen zich nog geroepen vanuit de woning blijk te geven van hun politieke voorkeur. Vroeger zag je hele straten volhangen; een uitdrukking van het wij-gevoel. Die behoefte is er niet meer. Mensen zijn minder loyaal, minder betrokken ook.”

Het affiche als drager voor engagement lijkt te hebben afgedaan. Mogelijk is het een achterhaald medium aan het worden dat als zelfstandig object geen betekenis meer heeft en louter decoratief wordt ingezet. Het affiche is geïnstitutionaliseerd en vercommercialiseerd. Publiek wordt niet meer op straat bereikt, maar in netwerken en in wisselende combinaties van media. Er is een kans dat er nu een generatie ontwerpers opgroeit die geen affiches meer zal ontwerpen.

Europa mijn land
Die generatie studeert vooralsnog niet in Breda en Den Bosch. Op de Avans hogeschool werd een affiche-project georganiseerd samen met studenten uit Parijs. Pierre Bernard formuleerde de opdracht om studenten posters te laten ontwikkelen vanuit de Franse en Nederlandse afwijzing van de Europese Grondwet. De studenten, allen rond de twintig jaar, werd gevraagd wat voor idee of droom zij hebben bij het begrip Europa. ‘Europa, mijn land’ was daarbij de gegeven tekst. De eindresultaten werden na het Erasmusfestival op de academie in Parijs in aanwezigheid van de makers en Pierre Bernard besproken. De studenten kwamen bevlogen terug.




'Europa mijn land'
Ontwerp: Anne De Laat (Studenaan Hogeschool Breda)



'Europa mijn land'
Ontwerp: Rob van Leijsen (Studentaan Hogeschool Breda)

Gift of branding
‘The Gift of Branding’ was een project dat in de herfst plaatsvond op de Design Academy Eindhoven, in samenwerking met studenten van de SintLucas in Boxtel. Er zijn tal van particuliere initiatieven in Nederland die hulp bieden aan projecten in de derde wereld, zoals een vrouwenhuis in Kabul, een onderwijsproject in Kinshasa en een waterproject in Flores. Vaak worden ze geleid door gemotiveerde vrijwilligers die een bijdrage willen leveren aan een menselijkere wereld. Aan de ontwerpstudenten was gevraagd om eigenzinnige promotiecampagnes te maken voor deze niet-gouvernementele organisaties. Als docent op de Design Academy was ik betrokken bij dit project en zelden heb ik studenten zo bevlogen zien werken. De aandacht voor de publieke zaak en het welzijn van de medemens waren een sterke motivatie. De resultaten van het project werden tijdens het Erasmusfestival tentoongesteld.


'The gift of branding'
Ontwerp: Gijs Huijgen, Alice Schwab, Jonny Wray, Geertje van Trier (studenten Design Academy Eindhoven and SintLucas Boxtel)

Mijn werk is niet mijn werk
Tezelfdertijd was er in het Stedelijk Museum te Amsterdam een overzichtsexpositie van het werk van Pierre Bernard te zien. Voorafgaand aan de opening organiseerde de Premsela Stichting (het platform ter bevordering van de Nederlandse vormgeving) voor een volle zaal het symposium ‘For the common good: graphic design en public spirit’ waar de rol van de grafisch ontwerper in het publieke domein centraal stond, met ondermeer Pierre Bernard als spreker. Het indrukwekkende en omvattende boek over het oeuvre van Bernard ‘Mijn werk is niet mijn werk’ van Hugues Boekraad werd daar gepresenteerd. De teksten en met name het essay over ontwerpen voor het publieke domein geeft op onnavolgbare wijze inzicht in de complexiteit van ontwerpen als politieke, sociale en intellectuele activiteit. Enkele dagen na de boekpresentatie vond het volledig uitverkochte symposium ‘Liberté, Egalité, Responsabilité: design for the public domain’ plaats, georganiseerd door de BNO (Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers). Het centrale thema was, u raadt het al: ontwerpen voor het publieke domein in de jaren ’60 en nu. Bernard was de centrale spreker.



'Liberte Égalitié Resposabilité'
Ontwerp: Pierre Bernard

Realiteit
Reza Abedini gaf half december in nauwelijks meer dan een week masterclasses en lezingen en was uitgenodigd voor debatten, diners en interviews. Terwijl Abedini Nederland veel meer van zijn tijd en aandacht had willen geven. Maar de Nederlandse ambassade in Iran was niet in staat om Abedini een visum te verlenen voor langer dan 10 dagen. Ridicuul strikte regelgeving moest voorkomen dat hij asiel zou aanvragen. Ook de tussenkomst van de koninklijke familie kon hier niets aan veranderen. De ambassade viel geen onwilligheid te verwijten, want aan de basis van deze verdwazing ligt een door de landelijke (christen-liberale) politiek absurd ver doorgevoerde immigratie wetgeving.

Ik stond weer met beide benen op de grond. De novemberrevolutie bleek geen politieke omwenteling te zijn. Even had ik er in geloofd en leek het dat iedereen zich bekommerde om de kwaliteit van het publieke discours. Door alle festiviteiten, lezingen en prijsuitreikingen kon ik mij omringen door een reeks bevlogen ontwerpers en mengde ik me enthousiast in kritische discussies. Maar om het maatschappelijk debat en het politieke beleid daadwerkelijk te beïnvloeden is meer nodig dan het uitreiken van prijzen en het organiseren van debatten. We zullen veel vaker en intensiever moeten samenspannen. Ontwerpers aller landen, verenigt u!

Annelys de Vet, januari 2007

1 De Erasmusprijs wordt jaarlijks toegekend aan iemand die een voor Europa buitengewoon belangrijke bijdrage leverde op cultureel, wetenschappelijk of sociaal gebied. De Stichting Praemium Erasmianum, die de Erasmusprijs toekent, heeft het ‘ontwerpen voor het publieke domein’ vastgesteld als themagebied voor de Erasmusprijs 2006. Met nadruk is gekozen voor dit terrein van de algemeenheid. Het omvat de sfeer van de opinie- en besluitvorming, de richting en inrichting van de samenleving, de organisatie van de collectieve belangen en identiteiten, kortom de ruimte van de politiek, de staat en het algemeen belang. Deze keuze van ontwerpen voor het publieke domein brengt met zich mee dat niet gedacht wordt aan het gangbare beeld van de ontwerper als specialist van vorm, mode en markt. Deze ontwerper is een denker die zich bewust is van de andere disciplines en vormen van interactie waarmee hij te maken heeft tijdens het ontwerpproces. Bovendien houdt hij rekening met de betekenis van het uiteindelijk resultaat voor de gebruiker.

 2 Het Prins Claus Fonds is een fonds voor Cultuur en Ontwikkeling. Sinds 1997 worden jaarlijks de Prins Claus Prijzen uitgereikt aan kunstenaars, intellectuelen en culturele organisaties in Afrika, Azië, Latijns Amerika en het Caribisch gebied. Erkening en bieden van nieuwe mogelijkheden is het doel. De hoofdprijs bestaat uit €100.000,- naast een wissleend aantal prijzen van €25.000,-). De nadruk ligt op tolerantie, culturele veelvormigheid en ondogmatisch, kritisch denken – humanistische waarden die tot uitdrukking komen in de keuze van de laureaten.

 3 Den Bosch stond van 24 november tot en met 3 december 2006 in het teken  van ‘ontwerpen voor het publieke domein’. De prijs werd toegekend aan de Franse grafisch ontwerper Pierre Bernard. Het programma van het Erasmus Festival 2006 in Den Bosch bracht naast de dansvoorstelling ‘Design van de dans’ en de publicatie Lof der Zotheid ook film, mode, een breed educatief programma, diverse tentoonstellingen en een congres over de vormgeving van zorginstellingen. Alles ingevuld rond het thema van de Erasmusprijs. Pierre Bernard ontwierp speciaal voor het festival het affiche ‘de universele taal van design’.