Nieuwe beelden en vlaggen voor Nederland
Chris Keulemans, 3 september 2006, De Balie, Amsterdam.

In juli stond ik op het Museumplein. Toeristen maakten foto’s van elkaar voor het rood-witte, bijna manshoge logo van I Amsterdam. Buitenlanders die zichzelf voor even identificeerden met een stad waar ze niet woonden. Dat kan. Een stad is een mentaliteit, een sfeer, een verhaal dat je zelf maakt, een collage van concrete straatbeelden en ongrijpbare wiet- of verliefdheidsroezen. Wat zich van een stad in je plant is de mix van schoonheid, verveling, verdwaaldheid en plotseling thuisgevoel die jij tussen die stenen, glas en asfalt meemaakt. Als daar een letterlijk symbool voor gemaakt wordt dat ook nog fotogeniek is dan moet je die kans niet laten lopen. Het symbool van I Amsterdam voldoet misschien aan wat Max Bruinsma opvat als de belangrijkste eigenschap van een succesvol symbool: ‘Dat – de ontvanger van je boodschap zien als een gelijkwaardige gesprekspartner die iets terug mag zeggen – is een essentie van democratische cultuur.’ Het stedelijk alfabet van Amsterdam wordt op die plek teruggebracht tot twee woorden die voor heel even of heel lang – foto’s kunnen het eeuwige leven hebben maar ook zomaar weer worden gewist – een verbinding aangaan met de mensen die ervoor staan te poseren. Al die mensen zijn voor dat ene moment zowel ik als Amsterdam – een mens en een stad tegelijk. Wie zal ze dat mirakel ontzeggen.

Even later liep een massa het plein op. De demonstratie tegen de oorlog in Libanon en Gaza had zijn bestemming bereikt. Omdat ik de sprekers aankondigde kon ik vanaf het podium de flinke menigte overzien. Opvallend was vooral het ratjetoe aan vlaggen. De Libanese, met de ceder. De Palestijnse, groen, wit en zwart. De gele met de arabische letters van Hezbollah. Er wapperde een Irakese vlag tussen. Het blauw en wit van Israel was er ook. En heel veel vlaggen en borden van Internationaal Socialististan, namens de belangrijkste organisatoren.

De Nederlandse vlag ontbrak. En toch was dit een ontzettend Hollandse demonstratie. De joden en de arabieren, de aanhangers van Hezbollah en Gush Shalom sloegen elkaar het hoofd niet in. Krankzinnige optimist die ik ben zag ik er toch vooral een bewijs in dat het conflict van het Midden-Oosten, als zijn bewoners zich eenmaal naar Nederland verplaatsen, niet per definitie met ze mee hoeft te reizen. Ik weet niet of iemand zo slim is geweest om iets verderop te gaan staan en een foto te maken van de vlaggetjesmassa met het logo van I Amsterdam op de voorgrond. Dat was mooi geweest: het zijn steden, niet landen, die dit soort vluchtige, maar voor zolang ze duren wonderbaarlijke samenkomsten mogelijk maken.

Het stedelijk alfabet van Nederland verandert in hoog tempo in iets dat de naam alfabet niet verdient. Het alfabet is op zichzelf een formidabele reductie van alles wat daarvoor ongeschreven in de lucht hing, rondzwierf, uitgesproken werd en weer in lucht opging. Maar vervolgens is het open. Voor iedereen te gebruiken. Ontelbare betekenissen vallen ermee samen te stellen. Ontelbare levensverhalen passen er in. Een stedelijk alfabet is alweer een verdere reductie. Die bestaat uit een eindig aantal straten, mensen, architectonische, economische en culturele keuzes. Maar dat zijn er nog altijd genoeg om iedere bewoner in staat te stellen er zijn eigen verhaal van te maken. Het verhaal van zijn leven in deze stad.

De afgelopen jaren is het alfabet van de Nederlandse steden steeds minder open geraakt. Tegenover de toevloed van nieuwe tekens van technologie en welvaart, maar ook van nieuwkomers, hun handel en hun talen, plaatsen de overheid, het bedrijfsleven en hun ontwerpers een steeds dwingender systeem van tekens. Aanwijzingen, verboden en calamiteitentegenhouders in plaats van uitnodigingen, verleidingen en vrijheidsaanmoedigingen. Loop maar eens een nieuw treinstation binnen en je ziet wat ik bedoel. Het contrast met de mysterieuze, spelonkachtige, van liefde, tragiek en verplaatsingsdromen doordrenkte spoorwegbasilieken die je bij voorbeeld nog terugvindt in de hartverscheurend mooie boeken van de Duits-Engelse schrijver W.G. Sebald is om gek van te worden.

         

Op de nieuwe stations van Nederland wordt je onmiddellijk teruggebracht tot ciabatta-gezond-kopende, kartonnen-bakjes-cappuccino-slurpende, op de vierkante millimeter rokende, vervoersbewijs-bezittende, kortingskaart-gebruikende, stap voor stap begeleide en bewaakte forens van de ene uniformiteit naar de andere. Dit is een stedelijk alfabet dat zoveel mogelijk verhalen uitschakelt en al zijn gebruikers dwingt tot een anonieme bijrol in hetzelfde verhaal.

Daarom ben ik zo blij met Annelys de rattenvanger. Als je vanavond De Balie binnenloopt sta je meteen voor de mooiste straathoek die ik in tijden gezien heb. De ene straat heet Twijfel en de andere ook. Is er een mooier beeld voor het opgewekte verdwalen – opgewekt omdat allebei de kanten even goed zijn, verdwalen omdat je je de hele straat lang zal moeten afvragen waar je terechtkomt – dat het leven in een stad nu eenmaal is?

En in het kielzog van Annelys marcheren de jonge ontwerpers van Eindhoven nu de stad uit, op weg naar een stad die ingewikkelder, grappiger, ironischer en gelaagder is dan het dwingende luxereservaat dat ze hebben achtergelaten. Aan de definitie van Max Bruinsma voldoen hun beelden en vlaggen niet. Hij zegt: een symbool werkt het best wanneer het eenvoudig en eenduidig is. De deconstructies van de Nederlandse vlag en de knipogen naar Nederland die in Eindhoven langs de weg stonden zijn allesbehalve eenvoudig en eenduidig. Daniël van der Veldens omschrijving is beter op zijn plaats. ‘Een succesvol symbool kent, ondanks zijn duidelijke vorm, tweeslachtigheid of ambiguiteit: de X-factor.’ De beelden en vlaggen van de nieuwe Eindhovense ontwerpers werken dus niet, maar zijn wel succesvol. Ze wijzen niemand de weg, maar slagen er wel in mensen te laten verdwalen.

De verantwoordelijkheid nieuwe beelden voor Nederland te maken wijzen ze af. Ze willen er niet aan, kunnen het misschien ook niet aan. Als ze al aan Van der Veldens optimistische opdracht voldoen – ‘Design gaat een rol vervullen die was voorbehouden aan beeldende kunst, architectuur, literatuur: de rol van beheerder van de nationale identiteit in het collectieve geheugen.’ – dan toch vooral in het beheren van een ironische, mensvriendelijke, niet-verplichtende, open mentaliteit die zich tot Nederland verhoudt als de toeristen op het Museumplein tot het logo van I Amsterdam. Voor deze ontwerpers is Nederland vertrouwd maar exotisch, vastgelopen maar niet onverbeterlijk. Het stedelijk alfabet breken ze open. De billboards zijn, soms letterlijk, deuren en ramen naar een andere stad. En het letterlijkst, het meest fundamenteel gebeurt dat in het nieuwe Multibet van Janneke Smale.

De beelden, de vlaggen, de billboards en nu dit boek bieden geen nieuwe symbolen. Eerder geven ze vorm aan het ware karakter van onze steden en onze identiteiten vandaag de dag: een karakter van verzet, door technologie en migratie ingegeven, tegen elk symbool dat een handzame reductie wil zijn van de identiteit van zijn drager. Mensen, steden en landen zijn niet meer binnen 1 identiteit te vangen en dus ook niet meer binnen 1 symbool.         

Wat deze ontwerpers wel doen is het ontmantelen en uit elkaar werken van bestaande symbolen, met de Nederlandse driekleur als vruchtbaar doelwit. Ik heb me enorm vermaakt met alle varianten, verhaspelingen en vertalingen van het rood-wit-blauw. Hier stellen de ontwerpers een dominant beeld ter discussie. Ze hebben dat beeld nodig om er iets tegenover te zetten, zonder dat beeld heeft hun eigen ontwerp geen betekenis. Hun symbolen zijn niet zelfstandig, autonoom, eenvoudig of eenduidig. Maar ze breken de al te solide geworden bestaande symbolen wel open. Ze plaatsen er iets naast. En de kijker krijgt de ruimte er tussen in. Hij mag er zijn eigen verhaal van maken. De ontvanger van hun boodschap is de gelijkwaardige gesprekspartner die iets terug mag zeggen. En dat is inderdaad de essentie van democratische cultuur. Ik zou graag in een Nederland wonen waar op de volgende Koninginnedag in elke Nederlandse gemeente een van deze vlaggen van het stadhuis wappert.