|
De persoon in kwestie Door Tanja Karreman |
||
| De grafisch ontwerpster en kunstenaar Annelys de Vet (1974) maakte onlangs in opdracht van de Rijksgebouwendienst een kunstwerk voor het nieuwe Openbaar Ministerie in Lelystad. Ze liet zich daarbij inspireren door de taak van het parket als hoogste hoeder van de openbare orde: het vertegenwoordigen van de samenleving als het gaat om het opsporen en vervolgen van wetsovertreders en misdadigers. Het werk van De Vet eenentwintig verzonken lichtbakken met tekst sieren de lange wand van de entreeruimte van het gebouw. Daar wachten mensen totdat ze verder naar binnen mogen, zodat het onmogelijk is om het kunstwerk niet te zien.
In elk geval roept het werk van Annelys de Vet in Lelystad een baaierd van vragen op. De belangrijkste daarvan is wel: voor wie is dit werk eigenlijk bedoeld? Dit is geen irrelevante vraag. Bij kunstwerken in de openbare ruimte wordt ‘het publiek’ vaak als doelgroep verondersteld, maar zelden in het oog gehouden. In meer of mindere mate is het werk immers ‘voor iedereen’. Anderzijds kan kunst ook de identiteit van een plek, een omgeving of een gebouw versterken, en zich dus bedoeld of onbedoeld in verhoogde mate richten op een bepaalde groep. Daartegenover staat dan altijd weer het krachtenveld van de kunstconsument: mensen voelen zich aangesproken tot een kunstwerk, of juist niet. Duidelijk is dat de vraag naar ‘de doelgroep’ direct of indirect altijd een rol speelt, zowel in de conceptie als in de receptie van het kunstwerk. Die rol wordt vaak onderbelicht, terwijl een poging tot antwoord op de vraag juist veel kan blootleggen over de aard van het kunstwerk. In een culturele context waarbinnen moderne kunst nog vaak als elitair, afstandelijk dan wel onbegrijpelijk wordt gezien, is het bovendien een vraag die de overheid als opdrachtgever niet blijvend kan ontlopen. Al was het maar om een visie te kunnen formuleren op het onlangs door de kunsttheoreticus Jeroen Boomgaard opgeworpen probleem van de rol van kunst in relatie tot de privatisering die de overheid doorvoert op tal van gebieden (inclusief de openbare ruimte). Boomgaard gaf zijn tekst over deze kwestie de titel Geschenken voor de publieke zaak mee en publiceerde het in het boek PRESENT dat een overzicht biedt van kunstopdrachten bij de overheid van de afgelopen jaren. Maar voor wie is het cadeau? Kan kunst nog wel een ‘geschenk’ zijn in een samenleving waarbinnen ‘het publiek’ of ‘de doelgroep’ niet meer bestaat? Uit de titel van het kunstwerk van De Vet spreekt bijna achterdocht jegens de opdrachtgever. In zekere zin is die symptomatisch voor de verhouding tussen kunst en de staat: de overheid is een opdrachtgever die wanneer het kunst betreft zeker in Nederland bijna per definitie verdacht is (of lijkt te zijn), maar zonder welke het landschap van de beeldende kunst er tegelijkertijd een stuk schraler zou uitzien. Opmerkelijk is daarbij dat de Nederlandse overheid zich juist de grootste opdrachtgever voor kunstenaars in de wereld kan noemen, terwijl het relatief onbekend is dat op veel plekken in Nederland waar de overheidsgebouwen zich concentreren een enorme dichtheid aan kunstwerken bestaat. Die rijkdom is vaak onzichtbaar, en raakt meer en meer verscholen in gebouwen die de afgelopen jaren steeds minder gemakkelijk toegankelijk werden; met tourniquetten en beveiligingsmaatregelen wordt de toegang tot openbare gebouwen gecontroleerd, en in zekere zin ook tot de kunstwerken. Alleen al in Lelystad bevinden zich op nog geen honderd vierkante meter een reeks kunstwerken die in het kader van de percentageregeling tot stand kwamen. Aan de zuidkant van het station, naast het Openbaar Ministerie met het kunstwerk van Annelys de Vet, staat voor de entree van de Rechtbank een beeld van Auke de Vries (1937), en bij de buren aan de andere kant worden bezoekers van de Raad voor de Kinderbescherming verrast met expressionistische verfuitspattingen van de Duitse schilder Katharina Grosse (1961). Deze collectie als geheel zou je kunnen beschouwen als een bijzondere vorm van ‘openbare rijkdom’, een omschrijving die de publicist Dirk van Weelden onlangs gaf aan kunst bij rijksgebouwen. Al deze kunstwerken maken deel uit van een overheidscollectie die pas sinds een paar jaar professioneel beheerd en gearchiveerd wordt. Die collectie is het resultaat van een vijftig jaar lange stroom aan overheidsopdrachten die zijn oorsprong heeft in het genomen ministerraadbesluit uit 1951 over ‘decoratieve aankleding van rijksgebouwen’. Dit besluit resulteerde in 1953 tot de instelling van de percentageregeling. Heel anders dan nu was toentertijd de verheffing van het volk de doelstelling en het volk de doelgroep. In de naoorlogse wederopbouwperiode werd kunst een grote rol toegekend in de ‘opvoeding’, met persoonlijkheidsvorming en gemeenschapszin als speerpunten. |
Opponerend Een groter contrast met de huidige situatie is niet denkbaar. Door de sterke terugtrekkende beweging van ‘de overheid’ dreigt een ontwikkeling waarbij kunst uiteindelijk in het private ‘biedingspakket’ tussen de wc-brillen en de koffieautomaten terecht gaat komen. Zover is het nog niet en voorlopig valt de garantie van de kwaliteit van kunst onder de verantwoordelijkheid van de Rijksbouwmeester. Maar de verschillen zijn wel degelijk groot. Waar vroeger de kunst in dienst stond van de architectuur, wordt nu een hoge mate van ‘vrijheid’ toegekend en verwacht; en waar de kunst voorheen ‘illustrerend’ was, is ze nu vaak ‘opponerend’ met relativerende kanttekeningen en twijfels. Ook het toenmalige geloof in de vooruitgang van de samenleving staat in schril contrast met het huidige culturele klimaat van diversiteit, fragmentering en scherpe tegenstellingen. In het geval van het kunstwerk voor het Openbaar Ministerie in Lelystad was één van de belangrijkste wensen van de opdrachtgever dat de kunst niet alleen ‘beleefbaar’ zou moeten zijn voor de gebruikers maar dat het werk zich zou richtten tot ‘het publiek’, zodat ‘de openbaarheid’ van het Openbaar Ministerie in een anderszins gesloten gebouw werd beklemtoond. Met de keuze voor het werk van Annelys de Vet uit drie ontwerpen ging het Openbaar Ministerie bedoeld of onbedoeld nog een stap verder dan de aankoop van een autonoom kunstwerk dat een vermeende juridische tunnelvisie relativeerde. Er was immers sprake van een in architectonisch opzicht verregaande integratie tussen kunstwerk en bouwwerk. Er ontstond een intensieve samenwerking tussen kunstenaar en het architectenbureau Hootsmans, die ook het interieur ontwierp. Aldus werden de nissen met de lichtbakken afgestemd op het ontwerp van de entreeruimte en vanuit die optiek ingebouwd in de muur. De eenheid wordt verder benadrukt door materiaalkeuze en kleurstelling. Persoon in kwestie Persoon in kwestie, neem plaats! Ik ga zitten en beeld mij in ‘persoon in kwestie’ te zijn. Dezelfde tegenstrijdigheid die spreekt uit de teksten, ervaar je in deze ruimte. Eerst denk je nog dat de lichtwand, een welkome afleiding is; een spel van licht en kleur in pasteltinten. Toch voelt men zich zo onder de lichtbakken al snel verdachter dan je al bent in deze ruimte. Je zit liever niet met het gezicht naar de straatzijde, maar staren naar deze lichtbakken met grote letters op anderhalve meter afstand is ook niet te doen. Uiteindelijk kun je niet anders dan je gezicht naar de buitenwereld richten. Daar zit je dan als ‘persoon in kwestie’: wie is hier nu aanklager, rechter, verdacht, schuldig? Niets is wat het lijkt. Wat zacht lijkt, is hard, wat aan iedereen gericht lijkt, is bedoeld voor die ene persoon in kwestie, wat herkenbaar lijkt, is confronterend, wat comfortabel lijkt, is ongemakkelijk, wat zwakte lijkt, wordt kracht. Annelys de Vet heeft in Lelystad een eigentijdse context gemaakt voor kunst bij rijksgebouwen, met als voornaamste kracht juist het ontbreken van een duidelijke doelgroep, en het introduceren van omgekeerde volksverheffing en een immer wisselend perspectief. Alles beter dan onderdeel uit te maken van de quasihelderheid van een corperate identity. Zij zag het gevaar, en wist eraan te ontsnappen. Tanja Karreman is adviseur beeldende kunst, Atelier Rijksbouwmeester |
|